HomepageSamen iets realiseren én oplossen

Samen iets realiseren én oplossen

Bij de VU Amsterdam bestond al langer de wens om tot een bèta samenwerking te komen. In eerste instantie was het idee om dat samen met de UvA op te pakken. Dat ging in 2017 op het laatste moment toch niet door. Een teleurstelling maar er ontstonden al snel nieuwe plannen voor samenwerking, ditmaal met de UT. Plannen die binnen een onwaarschijnlijk korte periode van anderhalf jaar in 2019 leidden tot de start van Mechanical Engineering (ME) in Amsterdam. De eerste technische opleiding aan de VU Amsterdam en de eerste gezamenlijke bacheloropleiding met de UT. Bèta decaan Guus Schreiber was er namens Amsterdam vanaf het begin bij betrokken. ‘ME stond in Twente als een huis. We hoefden niet op nul te beginnen.’ 

‘Er waren verschillende aanleidingen om met een technische opleiding aan de VU Amsterdam te starten. In 2017 hadden verschillende techbedrijven in de NRC een dringende oproep gedaan. Vanwege de schreeuwende behoeft aan hoog opgeleid technisch personeel hielden ze een vurig pleidooi om ook in Amsterdam, een van de groeiregio’s, een technische opleiding op universitair niveau te beginnen. Diezelfde behoeft kwam ook terug uit een eigen onderzoek dat we hadden gehouden onder vwo-ers uit de regio’s Amsterdam en Noord Holland. En er was ook nog onze eigen wens. Want met een technische opleiding zou ons spectrum aan opleidingen compleet zijn. 

Niet op nul beginnen  

Tijdens een bezoek aan de UT in 2017 van onze toenmalige rector Vinod Subramaniam, die eerder als hoogleraar aan de UT was verbonden, kwam ook het artikel van de techbedrijven ter sprake en werd al heel snel besloten om iets samen te gaan doen. En dat werd ME in Amsterdam. Een hele pragmatische keuze vanwege de behoefte vanuit de markt en de vwo-ers in Noord Holland en vanwege het feit dat de opleiding er al was in Twente. Dat betekende dat we  niet op nul te hoefden te beginnen. Na anderhalf jaar ging ME met 60 studenten in Amsterdam van start. Dat is de kortst mogelijke periode die ik ooit heb meegemaakt voor een dergelijk traject. 

Zin in de samenwerking

De snelheid waarmee we ME in Amsterdam hebben gerealiseerd, heeft zeker ook te maken met de goede persoonlijke en bestuurlijke relaties tussen alle betrokkenen op beide universiteiten. Mensen vonden het leuk en hadden zin in de samenwerking . Er heerste een gevoel van we gaan samen iets realiseren én oplossen. En dat zonder al te veel stress. Als er al iets speelde, werd dat snel opgepakt en opgelost. Er was heel weinig gedoe en dat is erg prettig werken. 

Pragmatische oplossingen

Het gebrek aan gedoe was overigens niet geheel vanzelfsprekend. Het had er bijvoorbeeld kunnen komen vanwege de fysieke en psychologische afstand tussen beide universiteiten of vanwege het feit dat de studenten een keer in de twee weken in Enschede moesten overnachten. Maar het grootst mogelijke potentiële struikelblok was het onderwijsmodel. Dat verschilde nogal: zowel inhoudelijk als qua roostering. Ook dat hebben we pragmatisch opgelost. Inhoudelijk hebben we niets veranderd. Waarom zouden we? ME stond in Twente als een huis. Ook qua roostering zijn we meegegaan met Twente. Daarmee zijn we de enige opleiding aan de VU met een afwijkend rooster maar zolang het werkt, is er weinig aan de hand.  

Plaatsvervangende trots 

Op 1 juli bij het afstuderen van de eerste lichting studenten was ik vooral blij en tevreden.  En ook trots? Dat vind ik niet zo’n prettig woord. En als ik het al ben, is het plaatsvervangend. Mijn rol in dit alles is namelijk beperkt. Het was vooral opstarten in het begin en soms wat trouble shooten onderweg. Anderen hebben het echte werk verzet. De credits zijn voor hen. Wat de toekomst betreft, zijn we bezig om voor de staf van ME binnen de VU een eigen plek te creëren. Ook fysiek. Daarnaast gaan we ook werken aan de onderzoekscomponent van ME. Want onderwijs en onderzoek horen echt bij elkaar.  

Samen de breedste universiteit van Nederland

Ik ben heel blij dat Creative Technology volgend jaar aan de VU van start gaat. Het wordt onze tweede gezamenlijke bacheloropleiding en ook deze heeft zich al ruim bewezen in Twente. Ik heb vanaf het begin gezegd dat een solitaire technische opleiding aan de VU niet levensvatbaar is. Om ook een technisch smoel te ontwikkelen, moeten we minstens twee hebben en het liefst drie. Daar wordt achter de schermen ook had aan gewerkt. Het mooie van de samenwerking is dat de VU technische opleidingen kan aanbieden zonder zelf het profiel van een volwaardig technische universiteit te hebben. We kunnen gebruik maken van de kennis en de infrastructuur die er bij de UT aanwezig is. Samen zijn we de breedste universiteit van Nederland.’